1.03 - Het huis
De zinnen hebben ik, jij of een zelfstandig naamwoord als onderwerp (bv. het boek, de slaapkamer). De werkwoorden komen uit thema's 1.01, 1.02 en 1.03 (met af en toe al een positiewerkwoord). Het werkwoord 'zijn' komt aan bod. Diverse voorzetsels komen aan bod.