werkwoorden

1.06 - Hygiëne

Oefen de vervoeging van de werkwoorden ‘(zich) wassen’ en ‘(zich) (af)drogen.

  • Werkwoord ‘wassen’: Eén ‘s’ verdwijnt als je de ik-vorm maakt.
  • Werkwoord ‘aandoen/uitdoen’: introductie van een scheidbaar deel.

Werkwoorden, hygiëne

Oefening afbeelding

Werkwoorden, hygiëne

Je oefent deze werkwoorden:

Zich wassen
(zich) wassen
Zich afdrogen
(zich) afdrogen

Vul de persoonsvorm in. Let op het onderwerp!

De zinsdelen hebben volgende kleuren:

Onderwerp
Persoonsvorm
Voorwerp
Bepaling
Leesteken