werkwoorden

1.04 - Kleding

Oefen de vervoeging van de werkwoorden ‘wassen’, ‘kiezen’ en ‘aandoen/uitdoen’.

● Werkwoord ‘wassen’: Eén ‘s’ verdwijnt als je de ik-vorm maakt.

● Werkwoord ‘kiezen’: ‘z’ wordt ‘s’ als je de ik-vorm maakt.

● Werkwoord ‘aandoen/uitdoen’: introductie van een scheidbaar deel.

● Er worden enkele bijvoeglijke naamwoorden gebruikt in het object.

● Er worden in het object enkele samenstellingen gebruikt.

Werkwoorden, kleding

Oefening afbeelding

Werkwoorden, kleding

Je oefent deze werkwoorden:

Wassen
wassen
Kiezen
kiezen
Aandoen
aandoen
uitdoen

Vul de persoonsvorm in. Let op het onderwerp!

De zinsdelen hebben volgende kleuren:

Onderwerp
Persoonsvorm
Voorwerp
Leesteken