vtt zinnen

In deze oefening ga je zinnen afwerken die in de voltooid tegenwoordige tijd staan. Deze vorm gebruik je om te vertellen dat iets in het verleden is gebeurd en nu helemaal klaar (voltooid) is.

 

Om een zin in de voltooide tijd te zetten, heb je altijd een sterk team van twee werkwoorden nodig:

 

‣ Het hulpwerkwoord: Dit is het werkwoord dat ‘helpt’ in de zin. Meestal is dit een vorm van hebben of zijn (bijvoorbeeld: ik heb, hij is, wij zijn). Let op dat je dit werkwoord aanpast aan het onderwerp van de zin! Het hulpwerkwoord is in deze zinnen de persoonsvorm.

‣ Het voltooid deelwoord: Dit woord vertelt de actie, wát er precies is gebeurd.

 

HOE SCHRIJF JE HET VOLTOOID DEELWOORD?

 

‣ Regelmatige werkwoorden: Deze krijgen heel vaak een stukje vooraan zoals ge-, be-, ver-, ont- of her-, en eindigen achteraan op een -t of een -d.

Voorbeeld: Ik heb hard gewerkt. Wij hebben samen gespeeld.

‣ Onregelmatige werkwoorden: Deze werkwoorden zijn een beetje eigenwijs en volgen hun eigen regels. De klank verandert vaak en ze eindigen meestal op -en. Deze moet je gewoon goed onthouden.

Voorbeeld: Zij is naar school gelopen. Hij heeft in zee gezwommen.

Voltooid Tegenwoordige Tijd

Vul in de zinnen de juiste vorm van hebben of zijn in, samen met het juiste voltooid deelwoord.

Jouw resultaat
Finish

Oefening klaar!

Je scoorde -- op --

Hieronder kan je nog veel meer v.t.t. en voltooide deelwoorden oefenen. De oefeningen staan thematisch gerangschikt en bevatten telkens de werkwoorden die in een bepaald thema aan bod kwamen.