Vrije tijd

Luistertekst

Helena op de atletiekbaan

Helena staat bij een groot hek. Ze kijkt naar de grond achter het hek. De grond is rood. Dit is de atletiekbaan. In het midden ziet ze fris groen gras. Helena vindt het een beetje spannend. Vandaag is haar eerste les.

Een man loopt naar Helena toe. Hij draagt een blauw trainingspak en een fluitje om zijn nek. Hij lacht vriendelijk naar Helena. “Hallo! Ben jij Helena?” vraagt de man. Helena knikt. “Ja, ik ben Helena.” “Welkom! Ik ben Stefan,” zegt hij. “Ik ben de trainer van de atletiekclub. Kom maar mee naar de piste.”


Helena loopt met Stefan mee over de rode baan. De grond voelt een beetje zacht aan. “Dit noemen we de piste,” vertelt Stefan. “Hierop kunnen we heel hard rennen zonder uit te glijden.”


Helena kijkt om zich heen. Ze ziet een grote bak met zand. Ze ziet ook een dikke mat en een lange lat. “Wat gaan we vandaag doen?” vraagt Helena. Stefan legt het uit: “Bij atletiek doen we veel verschillende dingen. We gaan natuurlijk lopen. Soms lopen we een korte afstand, maar wel zo snel als je kan. Dat noemen we een sprint. Soms lopen we langere afstanden, bijvoorbeeld vijf rondjes rond de piste.


We gaan ook springen. Kijk, daar is de zandbak voor het verspringen. En daar, bij die dikke mat, daar gaan we hoogspringen. En we gaan kogelstoten en speerwerpen. Dan gooien we met een zware bal of een speer, zo ver als we kunnen.”


Helena kijkt naar haar schoenen. Ze draagt haar witte sneakers. “Heb ik de juiste spullen bij?” vraagt ze. Stefan kijkt naar haar kleren. “Je draagt een sportbroek en een T-shirt. Dat is perfect. Je sneakers zijn ook prima. Voor atletiek heb je alleen goede sportschoenen nodig. En vergeet je drinkbus niet! Van al dat lopen krijg je veel dorst.”


Helena ziet dat er donkere wolken in de lucht hangen. “Gaan we naar binnen als het regent?” vraagt ze. Stefan schudt zijn hoofd. “Nee hoor. Bij atletiek trainen we bijna altijd buiten. Ook als het een beetje regent of als het waait. Alleen als het heel hard onweert, gaan we naar de zaal. Dus breng volgende keer ook maar een regenjasje mee.”


Er komen nog meer kinderen bij de groep. Ze zwaaien naar Helena. De training gaat beginnen. Stefan blaast op zijn fluitje. “Kom op allemaal! We gaan beginnen met de opwarming,” roept hij.


Helena zet haar drinkbus aan de kant. Ze rent een rondje op de rode piste. Haar hart klopt snel en ze hijgt hard, maar ze lacht. Atletiek is leuk!