Voorzetsels

Voorzetsels van plaats

Voorzetsels van plaats

in - op - boven - onder - tussen - voor - achter - naast - tegen - aan - links van - rechts van - dicht bij - ver van

  1. Lees de zin onder de prent.
  2. Is deze zin ‘juist’ of ‘fout’? Kijk goed op de prent.
  3. Kies je voor fout, dan moet je zelf het juiste voorzetsel invullen.

Tip: Klik op de prent als je sommige woorden niet kent.

Kamer met meubels