Verkeer

Luistertekst

Met de fiets naar school

Het is acht uur in de ochtend. Sam pakt zijn boekentas, zijn fluohesje en zijn helm. Vandaag fietst hij alleen naar school. “Rijd voorzichtig Sam!” zegt zijn moeder.

In de straat waar Sam woont is er geen fietspad. Sam kijkt goed links, dan rechts en rijdt de straat op. Het is erg druk in de stad. Iedereen gaat nu naar school of naar het werk, te voet, met de fiets, met de auto of met de bus. Sam weet dat hij goed moet uitkijken voor auto’s en bussen. Ze zijn groot en je ziet ze goed. Maar auto’s en bussen zien jou soms niet goed! Er zijn veel auto’s vandaag, want het regent. Sam blijft netjes aan de kant.

 

Dan komt Sam bij een groot kruispunt. Het verkeerslicht springt op oranje. “Ik kan nog stoppen!” denkt Sam. Hij remt en zet één voet op de grond. Naast hem stopt een andere fietser. Het is Leila, een meisje uit zijn klas. Samen staan ze stil bij het verkeerslicht. “Hoi Sam,” zegt Leila. “Zullen we samen verder fietsen?” “Ja hoor, prima!” zegt Sam.

Het licht wordt groen. Sam en Leila fietsen nu onder de brug. Dat is fijn, want onder de brug worden ze even niet nat. Aan de andere kant van de brug ziet hij de school al.

Vlak bij de school is het erg druk. Voetgangers en fietsers krioelen als mieren door elkaar. Er staat gelukkig ook een agent bij de school. Hij draagt een oranje vest. De agent stopt de auto’s en helpt de kinderen veilig oversteken. “Ik stap af voor het zebrapad,” zegt Sam. Sam en Leila lopen met de fiets aan de hand op de stoep. Bij de agent steken ze over.

Leila zegt: “Zet je fiets dicht bij mijn fiets. Dan rijden we straks samen weer naar huis.” Sam en Leila zetten hun fiets in de fietsenstalling. Ze doen hun fiets op slot, en lopen samen de speelplaats op.