Op school

Luistertekst

Het is een zonnige woensdagochtend. In de gang bij de klas staan de kinderen netjes in een rij. Het is helemaal stil, want dat is de afspraak in onze school. De kinderen hangen hun jas aan de kapstok en maken hun boekentas open. Ze leggen hun fruitdoosje, koekendoosje en brooddoos in de juiste bak. Hun drinkfles zetten ze op de plank boven de kapstokken. Dan staan ze weer in de rij bij de deur.

Juf Sylvie staat bij de deur van de klas. Ze kijkt naar elk kind en geeft een hand. “Goedemorgen, Amira,” zegt de juf met een lieve lach. “Goeiemorgen juf,” zegt Amira, en ze geeft de juf een knuffel. Zo wandelen de leerlingen één voor één naar binnen. Ze gaan flink op hun stoel aan hun bank zitten. Niemand praat.

Wanneer alle kinderen op hun plek zitten, komt juf Sylvie als laatste de klas in. Ze is niet alleen. Naast haar staat een jongen die de kinderen nog niet kennen. Hij heeft een rode rugzak met een ster en mooie, bruine ogen. Hij kijkt een beetje verlegen rond.

“Goedemorgen allemaal,” zegt juf Sylvie zachtjes. “Vandaag is een speciale dag, want we hebben een nieuwe klasgenoot. Dit is Anas. Anas is gisteren in onze stad komen wonen. Hij komt uit een ver land waar de mensen Arabisch spreken.”

Anas kijkt naar de grond. Hij begrijpt de woorden van de juf nog niet, omdat hij nog geen Nederlands spreekt. De taal van de juf klinkt voor hem als een vreemd liedje.

Juf Sylvie ziet dat de kinderen nieuwsgierig zijn. Ze legt uit hoe ze Anas kunnen helpen. “Omdat Anas nog geen Nederlands spreekt, voelt hij zich misschien een beetje angstig,” vertelt ze. “Maar je hebt geen woorden nodig om te laten zien dat hij welkom is. Jullie kunnen heel veel vertellen met jullie lichaam.”
 
De kinderen kijken verbaasd. Praten met je lichaam? Zonder woorden? Dat is gek.
Juf Sylvie ziet de verbaasde gezichten. Ze zegt: “Ik leg het jullie even uit en geef een paar tips.”
 
  • Lach naar hem: Een lach begrijpt iedereen. Als je lacht, weet Anas dat je aardig bent.
  • Gebruik gebaren: Wanneer we straks naar de speelplaats gaan, kun je naar de voetbal of de glijbaan wijzen. Zo weet hij dat hij mee mag spelen.
  • Laat dingen zien: Als we gaan kleuren, kan je jouw kleurpotloden tonen. Of je laat zien waar het papier ligt.
  • Wees geduldig: Soms begrijpt hij je niet meteen. Dat is niet erg, want een nieuwe taal leren duurt lang.
“Wie wil er straks in de pauze met Anas naar buiten lopen?” vraagt de juf. Meteen gaan er veel vingers de lucht in. Jonas, die heel graag voetbalt, zwaait zelfs vrolijk naar de nieuwe jongen.
 
Juf Sylvie loopt met Anas naar een lege bank in het midden van de klas. Terwijl Anas zijn pennenzak op de bank legt, steekt Jonas zijn duim omhoog en geeft hem 

een knipoog. Anas kijkt op en dan lacht hij een beetje. Hij begrijpt het gebaar: hier hoort hij erbij, ook al spreekt hij nog geen woord Nederlands.

 

De les kan beginnen. Het wordt een fijne dag, want de kinderen leren vandaag dat vriendschap begint met een glimlach. En Anas leert misschien al een paar woordjes Nederlands.