Natuur

Luistertekst

Lieze logeert op de boerderij

Het is vakantie. Lieze logeert bij oma en opa op de boerderij. Lieze slaapt nog. Dan kraait de haan: “Kukelekuuuuu!” Lieze springt uit bed. Ze doet snel haar kleren aan. Ze loopt naar beneden.

“Goeiemorgen, Lieze,” zegt oma. “Wil je de dieren eten geven?” Lieze knikt blij.

Eerst gaan Lieze en oma zelf eten. Dan gaan ze naar de dieren. Lieze trekt haar laarzen aan. Ze rent naar buiten.

KOEIEN EN KALFJES

Ze gaan eerst naar de stal. Daar staan de koeien. Oma pakt voer met een grote vork. Het voer ruikt lekker. De koeien eten snel. Ze vinden het voer lekker. De kleine kalfjes drinken melk bij hun mama. Soms geeft oma melk uit een fles. Oma lacht: “De kalfjes groeien snel!”

KIPPEN EN VARKENS

Dan gaan ze naar de kippen. Oma strooit graan op de grond. De kippen rennen naar het eten. Ze pikken op de grond. “Tok-tok-tok,” zeggen de kippen. Lieze vindt het grappig.
Naast de kippen ziet Lieze de varkens. De varkens liggen in de modder. Ze zien oma en komen naar het hek. De varkens knorren hard. Oma geeft ze oud brood en groenten. De varkens eten heel snel. Ze maken veel lawaai. “Lekker vies, hè?” zegt oma.

SCHAPEN EN PAARDEN

In de wei staan de schapen en de lammetjes. Oma heeft een zak met brokjes. Lieze doet de brokjes in de bak. De schapen komen rustig aanlopen. Ze eten de brokjes. De lammetjes blijven bij hun mama.

Als laatste gaan ze naar de paarden. Opa is daar ook. Hij geeft de paarden hooi. Lieze aait de zachte neus van een paard. “Jullie zijn mooi,” zegt ze zacht.

Lieze is moe. Ze heeft veel dieren geholpen. Ze vindt het heel leuk op de boerderij!