Grammatica
Werkwoorden per thema
thema op school
Oefen de werkwoorden uit het thema 'Op school'.
thema mijn lichaam
Oefen de werkwoorden uit het thema 'Mijn lichaam'.
thema het huis
Oefen de werkwoorden uit het thema 'Het huis'.
thema kleding
Oefen de werkwoorden uit het thema 'Kleding'.
thema aan tafel
Oefen de werkwoorden uit het thema 'Aan tafel'.
thema familie
Oefen de werkwoorden uit het thema 'Familie'.
thema eten & drinken
Oefen de werkwoorden uit het thema 'Eten & Drinken'.
thema natuur
Oefen de werkwoorden uit het thema 'Natuur'.
thema hygiëne
Oefen de werkwoorden uit het thema 'Hygiëne'.
thema verkeer
Oefen de werkwoorden uit het thema 'Verkeer'.
thema vrije tijd
Oefen de werkwoorden uit het thema 'Vrije tijd'.
Werkwoordenspel
Interactief ganzenbord
werkwoordenspel
Een interactief ‘ganzenbord’ om werkwoorden te oefenen!
Speel samen met je juf of meester. Je leerkracht vertelt je wat je moet doen met het getoonde werkwoord: bv. ‘Maak een zin in de tegenwoordige tijd’.
Werkwoorden algemeen
OTT, alle vormen
Oefen alle vormen in de o.t.t. van een aantal werkwoorden uit thema 1 en 2.
Voltooid deelwoord startpakket
Oefen het vormen van regelmatige voltooide deelwoorden, en leer 37 onregelmatige voltooide deelwoorden uit je hoofd.
vtt zinnen
Vul het hulpwerkwoord en het voltooid deelwoord in.
ott, 111 werkwoorden
Oefen de vervoeging in de o.t.t. van 111 veelgebruikte werkwoorden.
vvt, 111 werkwoorden
Oefen de vervoeging in de v.v.t. van 111 veelgebruikte werkwoorden.
Voltooid deelwoord, 111 werkwoorden
Oefen de regelmatige en onregelmatige voltooide deelwoorden van 111 veelgebruikte werkwoorden
zijn
Oefen de vervoeging van het werkwoord 'zijn'.
hebben
Oefen de vervoeging van het werkwoord 'hebben'.
Hebben of zijn
Kies het juiste werkwoord. Typ de juiste vorm.
Positiewerkwoorden
Oefen de werkwoorden 'staan', 'liggen', 'hangen', 'zitten', 'zetten', '(neer)leggen' en '(weg)stoppen.
Modale werkwoorden
Oefen zinnen met 'mogen', 'kunnen', 'zullen', 'moeten', ...
sterke werkwoorden
Oefen 50 klankveranderende werkwoorden in de verleden tijd en als voltooid deelwoord.
Andere leerinhouden
Voornaamwoorden
Persoonlijk, bezittelijk, wederkerend en aanwijzend voornaamwoord
Vraagwoorden
Wie, wat, waar, wanneer, ...
Oefen ze hier
Zinnen maken
Maak een goede zin.
Sleep de woorden naar de juiste plaats.
