BWB richting

2.03 - Het huis

Een bijwoordelijke bepaling van richting geeft antwoord op de vraag:ย 

ย 

Waar(voorzetsel)ย + persoonsvorm + onderwerp ?
ย Waar … in/uit/van/langs/over/…? Tot waar?

ย 

Het vertelt je welke beweging iets maakt of welke route er wordt gevolgd. De richting kan verschillende dingen betekenen:

โ–ธ Naar / Richting: Geeft het doel van de beweging aan (bijv. “We gaan naar huis”, “Ze rijden richting Leuven”).

โ–ธ In(naar) / Uit / Van: Geeft de richting van of naar een omsloten ruimte aan (bijv. “Hij stapt in de auto”, “Zij komt uit school”, “We komen van Amsterdam”).

โ–ธ Op / Over / Door / Langs: Geeft de route of oversteek aan (bijv. “De vogel vliegt over het meer”, “Loop door de tunnel”, “Ze loopt langs de gracht”).

โ–ธ Tot: Geeft de grens van de beweging aan (bijv. “We liepen tot de grens”).

โ–ธ Om (heen): Geeft een draaiende beweging aan (bijv. “Fiets om de kerk heen”).ย 

Tip: Je vindt deze BWB meestal bij een werkwoord van beweging (zoals lopen, vliegen, gaan). Let op: het voorzetsel staat soms achteraan of is onderdeel van de vraag.

Bijwoordelijke bepaling van richting

De 'BWB van richting' geeft antwoord op de waarheen-, waarvandaan- of waarlangs-vraag.

Illustratie BWB Richting

In deze oefening wordt telkens een zin getoond.
Klik op alle woorden die bij de BWB van richting horen.

Klaar? Klik dan op 'Controleer'.